# Verwardheid

> Symptoomgericht redeneren bij verward gedrag: organisch (delier, dementie, middelen, epilepsie) versus functioneel (psychose, manie, depressie, stress).

<warning>

Verwardheid is een symptoom, geen diagnose. Diagnostisch redeneren: geen behandelrichtlijn. Combineer met lokaal protocol en NHG-Standaarden bij beleid.

</warning>

## Kernpunten

- Verward gedrag = niet goed toegankelijk in contact, veranderd bewustzijn, aandachts-, denk- of waarnemingsstoornis, heftige emoties of apathie, door patiënt zelf niet te corrigeren.
- Belangrijkste oorzaken: **delier, dementie, psychose, middelenintoxicatie of -onthouding**.
- Diagnostiek = onderscheid **organisch** (delier, dementie, middelen, epilepsie) versus **functioneel** (psychose, manie, depressie, stress).
- Bij iedere verwarde oudere: altijd **delier, dementie, depressie** nalopen.
- Stil (hypoactief) delier wordt vaak gemist; apathie, slechte slaap, repetitief gedrag zijn signalen.
- `1/3` van delieren in het ziekenhuis wordt gemist; op de SEH bij `65+` zelfs `3/4`.
- Heteroanamnese is bijna altijd onmisbaar; de patiënt zelf is onbetrouwbaar.

## Inleiding

- Geen exacte bevolkingscijfers; "verward gedrag" is ook een maatschappelijk probleem (registraties politie, GGD, ambulance).
- **Delier** = (sub)acuut ontstane verwardheid met fluctuerend beloop bij organische ontregeling. Bewustzijn ↓ + psychotische symptomen, vooral visuele hallucinaties.
- Prevalentie delier: `< 1 %` in de bevolking, `10 %` bij `85+`, `~22 %` in populaties met veel dementie.
- **Dementie** → zie [Vergeetachtigheid](/klinisch-redeneren/vergeetachtigheid). Gedragsproblemen vooral in verpleeg-/verzorgingshuizen.
- **Psychose** = realiteitstoetsing faalt. Kortdurend (life-event, drugs) of chronisch (`> 6 mnd`, ongunstig beloop → schizofrenie). Komt ook voor binnen bipolaire en depressieve stoornis.
- Prevalentie psychotische stoornissen `2–3 %`; schizofrenie `0,6–0,7 %`. Ongeveer `3.000` nieuwe psychoses per jaar in NL. Vaker jonge mannen en mensen met migratieachtergrond; vrouwen vaker na het `40e` levensjaar.
- **Dubbele diagnose**: `41 %` van ernstige psychiatrische patiënten (bipolair, psychose) heeft óók een verslavingsprobleem.

## De klacht bij de dokter

- Patiënt zelf komt zelden; partner, familie, verzorgenden of politie melden het probleem aan.
- Acute verwardheid → grote onrust in de omgeving. Soms gevaar voor patiënt of anderen.

### Wat de omgeving 'verwardheid' noemt

#### Opvallend (direct herkend)

- fysieke onrust, agitatie, agressie
- hallucinaties, wanen
- ontremd of manisch gedrag
- plots ernstige vergeetachtigheid, afasie, apraxie, agnosie

#### Minder opvallend: "stil delier"

- fysieke geremdheid, apathie, depressieve symptomen, angst
- prikkelbaarheid, labiliteit, slecht slapen
- doelloos repetitief gedrag, veranderde eetgewoonten
- geleidelijk ontstane cognitieve stoornissen

<warning>

Stil delier wordt vaak gemist; komt veel voor bij dementie en bij ouderen.

</warning>

### Stappen voor de arts

- Overzichtelijke situatie creëren; contact leggen ondanks anosognosie (gebrek ziektebesef).
- Gevaar voor patiënt en anderen inschatten.
- Diagnostiek naar oorzaak → behandeling → verdere psychische, cognitieve en fysieke schade voorkomen.

## Pathofysiologie

- Verwardheid = **organische** of **functionele**ontregeling van cerebraal functioneren.

  - organisch: delier, dementie, middelenmisbruik, epilepsie
  - functioneel: psychose, manie, stemming, angst, ernstige psychosociale problemen
- **Delier** = predisponerende kwetsbaarheid + acute uitlokkende factor(en), vaak meerdere. Exacte pathofysiologie onopgehelderd.
- **Probleemgedrag bij dementie**(= acute verwardheid bij dementie) heeft drie typen oorzaken:

  - somatisch: obstipatie, urineretentie, pijn
  - psychologisch: angst, onmacht (slecht horen/zien, niet kunnen communiceren)
  - omgeving: mantelzorger weg, verhuizing, ziekenhuisopname
- **Psychose** (schizofrenie, manie, depressie): pathofysiologie onbekend, multifactorieel. Predisponerend: genetica, maternale intra-uteriene infecties, blowen, stress in adolescentie. Trigger: drugs of heftige emotionele gebeurtenis.
- **Middelenintoxicatie** = te hoge concentratie → orgaanfunctiestoornissen. Onderscheid afhankelijkheid (hersenziekte, neurobiologische veranderingen) van incidenteel gebruik.
- **Onthouding** → ontwenningsverschijnselen: onrust, verward gedrag, stemmingsstoornissen, psychose, somatische klachten. Het lichaam moet zich opnieuw aanpassen.

### Tabel 69.1: Predisponerende en uitlokkende factoren bij delier

<table>
<thead>
  <tr>
    <th>
      Predisponerend
    </th>
    
    <th>
      Uitlokkend
    </th>
  </tr>
</thead>

<tbody>
  <tr>
    <td>
      hoge leeftijd
    </td>
    
    <td>
      polyfarmacie
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      multimorbiditeit
    </td>
    
    <td>
      alcoholabusus
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      functionele beperkingen
    </td>
    
    <td>
      infectie (UWI, pneumonie)
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      dementie
    </td>
    
    <td>
      metabole ontregeling (DM, schildklier, nierinsufficiëntie, elektrolyt)
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      psychiatrische stoornissen
    </td>
    
    <td>
      cardiovasculair (CVA, hartfalen)
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      gehoor- of visusbeperking
    </td>
    
    <td>
      medicamenteus (anticholinergica, sedativa, opiaten; m.n. veranderingen)
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      depressie
    </td>
    
    <td>
      postoperatief, IC-opname
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      ondervoeding
    </td>
    
    <td>
      neurologisch (Parkinson, hersentumor, subduraal hematoom)
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      
    </td>
    
    <td>
      trauma (capitis, fractuur)
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      
    </td>
    
    <td>
      middelenonthouding
    </td>
  </tr>
</tbody>
</table>

## Differentiële diagnose

<accordion>
<accordion-item icon="i-lucide-waves" label="Delier">

Acuut ontstaan (uren–dagen), bewustzijnsdaling + aandachtsstoornis, **fluctuerend** over het etmaal. Daarnaast stoornissen cognitie/waarneming, vaak desoriëntatie en kortetermijngeheugen ↓. Hallucinaties meestal **visueel**. Agitatie vooral 's nachts (geen externe prikkels).

Drie vormen:

- **hyperactief**: onrustig
- **hypoactief**: apathisch
- **gemengd**: veel bij ouderen

Uitlokkers in de huisartsenpraktijk: UWI, pneumonie, psychofarmaca, opiaten, trauma, urineretentie. Bij jongeren: hypoglykemie, IC, postoperatief, alcoholonthouding, XTC. Ook: encefalitis, meningitis, contusio cerebri, terminale fase.

**DSM-5-criteria delier:**

- **A**: aandachtsstoornis + bewustzijnsstoornis
- **B**: acuut ontstaan (uren–dagen), fluctuerend (avond/nacht erger)
- **C**: verandering cognitie (geheugen, oriëntatie, taal) óf waarnemingsstoornis (hallucinaties)
- **D**: niet beter verklaard door een andere (pre-existerende of evoluerende) neurocognitieve stoornis en niet optredend in context van ernstig verminderd bewustzijn (coma)
- **E**: anamnese, LO of lab suggereren somatische ziekte, intoxicatie, of onthouding/wijziging medicatie of alcohol

<warning>

Onderdiagnose: `1/3` van ziekenhuispatiënten wordt gemist, op de SEH bij `65+` zelfs `3/4`.

</warning>
</accordion-item>

<accordion-item icon="i-lucide-brain-cog" label="Dementie">

Geheugenstoornis, vooral het inprenten van nieuwe info. Weinig ziektebesef. **Chronisch** beloop; maar kan ontsporen in een delier of in probleemgedrag. Dementie predisponeert voor delier.

**Probleemgedrag bij dementie** = gedrag met lijdensdruk of gevaar voor patiënt of omgeving. Subtypes:

- psychotisch
- depressief
- angstig
- geagiteerd: rusteloos, prikkelbaar, agressief; ook roepen, nachtelijke onrust, seksueel ontremd, claimend, niet-coöperatief
- apathisch

</accordion-item>

<accordion-item icon="i-lucide-wine" label="Middelenintoxicatie en -onthouding">

Geneesmiddelen in normale dosering kunnen verwardheid geven; m.n. opiaten, anticholinergica, benzodiazepinen. Plotseling stoppen na langdurig gebruik = verwardheid als onthoudingssymptoom. Zie [Tabel 69.3](#tabel-693-symptomen-bij-intoxicatie-of-onthouding).

</accordion-item>

<accordion-item icon="i-lucide-eye-off" label="Psychotische stoornissen">

Realiteitstoetsing ↓. Kernsymptomen: **wanen, hallucinaties**, gedesorganiseerd gedrag, onsamenhangende spraak/denken, negatieve symptomen.

DSM-5 = schizofreniespectrum. Ernstig: schizofrenie, schizo-affectieve stoornis. Minder ernstig of kortdurend: kortdurende psychotische stoornis, schizofreniforme stoornis.

</accordion-item>

<accordion-item icon="i-lucide-trending-up" label="Manie">

Stemming ↑ (uitgelaten, ontremd), interesse en ondernemingslust ↑, zelfoverschatting, kritiekloos, ontremd. Patiënt komt verward over.

Onderdeel van **bipolaire stoornis**, óf uitgelokt door corticosteroïden of antidepressiva. Grootheids- en paranoïde wanen = psychotische symptomen. Kenmerk manie = stemmingsverandering staat voorop.

Psychose die blijft na herstel stemming → schizo-affectieve stoornis.

</accordion-item>

<accordion-item icon="i-lucide-cloud-drizzle" label="Depressie met psychotische kenmerken">

Meestal wanen (soms hallucinaties), inhoud **stemmingscongruent**: slecht voelen, falen, dood, schuld, nihilisme.

<warning>

Verwarde oudere → altijd alle drie nagaan: delier, dementie, (psychotische) depressie. Heteroanamnese herhalen.

</warning>
</accordion-item>

<accordion-item icon="i-lucide-battery-low" label="Psychosociale stress">

Life-event of stressor → spanning. Bij langdurige stress schiet coping tekort → moeheid, slaap ↓, prikkelbaarheid, piekeren, concentratie ↓ → controleverlies en disfunctioneren = surmenage / burn-out / aanpassingsstoornis. Kan verward gedrag geven.

Mensen met een verstandelijke beperking raken snel in de war bij aangrijpende gebeurtenissen.

</accordion-item>

<accordion-item icon="i-lucide-zap" label="Epilepsie">

Partiële epilepsie kan zich zelden uiten als recidiverende episodes van acuut geheugenverlies en afwijkend gedrag (*transient epileptic amnesia*), zonder andere epilepsiesymptomen.

</accordion-item>
</accordion>

### Tabel 69.2: Delier vs dementie

<table>
<thead>
  <tr>
    <th>
      
    </th>
    
    <th>
      Delier
    </th>
    
    <th>
      Dementie
    </th>
  </tr>
</thead>

<tbody>
  <tr>
    <td>
      ontstaan
    </td>
    
    <td>
      relatief snel
    </td>
    
    <td>
      langzaam
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      duur
    </td>
    
    <td>
      kort
    </td>
    
    <td>
      langer
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      bewustzijn
    </td>
    
    <td>
      verlaagd
    </td>
    
    <td>
      helder
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      aandacht
    </td>
    
    <td>
      snel afgeleid
    </td>
    
    <td>
      meestal goed
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      oriëntatie
    </td>
    
    <td>
      gestoord
    </td>
    
    <td>
      wisselend
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      geheugen
    </td>
    
    <td>
      beperkt
    </td>
    
    <td>
      kortetermijn ↓
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      denken
    </td>
    
    <td>
      incoherent
    </td>
    
    <td>
      verarmd
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      waarneming
    </td>
    
    <td>
      regelmatig hallucinaties
    </td>
    
    <td>
      zelden hallucinaties
    </td>
  </tr>
</tbody>
</table>

### Tabel 69.3: Symptomen bij intoxicatie of onthouding

<table>
<thead>
  <tr>
    <th>
      Middel
    </th>
    
    <th>
      Intoxicatie
    </th>
    
    <th>
      Onthouding
    </th>
  </tr>
</thead>

<tbody>
  <tr>
    <td>
      alcohol
    </td>
    
    <td>
      onaangepast gedrag met achterdocht, euforie, agressie, coördinatiestoornissen, dubbele tong
    </td>
    
    <td>
      tremor, zweten, angst, visuele hallucinaties, delier, epileptische aanval
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      cannabis
    </td>
    
    <td>
      angst, paranoïde gedachten, conjunctivale roodheid, coördinatiestoornissen, depersonalisatie of derealisatie
    </td>
    
    <td>
      stemmingswisselingen, misselijkheid, hoofdpijn, zweten, angst
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      opiaten
    </td>
    
    <td>
      pinpoint-pupillen, bewustzijn ↓, moeilijk wekbaar, aandacht ↓, trage spraak, bradycardie, hypotensie
    </td>
    
    <td>
      dysforie, slaap ↓, tachycardie, misselijkheid
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      stimulantia (amfetamine)
    </td>
    
    <td>
      wijde pupillen, hypertensie, alertheid ↑, angst, agitatie, achterdocht, bewustzijnsdaling, insulten, psychotische symptomen
    </td>
    
    <td>
      craving, angst, prikkelbaarheid, dysforie, tremor
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      GHB
    </td>
    
    <td>
      hypertensie, tachycardie, braken, "out-gaan", coma
    </td>
    
    <td>
      craving
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      ketamine, paddo's, LSD
    </td>
    
    <td>
      bewustzijnsstoornissen, hyperthermie, opwinding, psychose
    </td>
    
    <td>
      craving
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      lachgas
    </td>
    
    <td>
      misselijkheid, paniekklachten
    </td>
    
    <td>
      geen
    </td>
  </tr>
</tbody>
</table>

## Kansverdeling van diagnosen

Geen exacte cijfers voor verwardheid als ingangsklacht in de huisartsenpraktijk.

### Tabel 69.4: Diagnostisch schema verwardheid

`v` = vaak, `s` = soms, `z` = zelden.

<table>
<thead>
  <tr>
    <th>
      Diagnose
    </th>
    
    <th>
      Frequentie
    </th>
  </tr>
</thead>

<tbody>
  <tr>
    <td>
      delier (infectie)
    </td>
    
    <td>
      <code>
        v
      </code>
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      delier (metabool)
    </td>
    
    <td>
      <code>
        s
      </code>
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      delier (cerebrale afwijking)
    </td>
    
    <td>
      <code>
        z
      </code>
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      dementie
    </td>
    
    <td>
      <code>
        v
      </code>
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      middelengebruik
    </td>
    
    <td>
      <code>
        v
      </code>
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      psychotische stoornis
    </td>
    
    <td>
      <code>
        s
      </code>
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      manie
    </td>
    
    <td>
      <code>
        z
      </code>
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      depressie met psychotische kenmerken
    </td>
    
    <td>
      <code>
        z
      </code>
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      psychosociale stress
    </td>
    
    <td>
      <code>
        v
      </code>
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      epilepsie
    </td>
    
    <td>
      <code>
        z
      </code>
    </td>
  </tr>
</tbody>
</table>

- **Jongeren** = vooral schizofrenie, middelengebruik, alcoholonthouding.
- **Schizofrenie**: einddiagnose `0,3/1000` patiënten/jaar bij huisarts, even vaak m/v, vooral `25–45 j`.
- **Delier**op elke leeftijd, maar veel vaker bij ouderen:

  - `65+` in bevolking: `1–2 %`
  - `85+` algemene populatie: `10 %`
  - sterke toename bij predisponerende + uitlokkende factoren (zie [Tabel 69.1](#tabel-691-predisponerende-en-uitlokkende-factoren-bij-delier))
  - terminale fase: sterk verhoogd
- **Dementie** is een verouderingsziekte (`> 75 j`). Huisarts `2013`: incidentie `1,2/1000/j`, prevalentie `5,6/1000`. Vaker bij vrouwen. `80+`: prevalentie `24 %`.
- Depressie met psychotische kenmerken: geen huisartsencijfers.

<warning>

Bij elke oudere met veranderd gedrag: altijd de driehoek **delier / depressie / dementie** nalopen.

</warning>

## Betekenis van voorkennis en context

Voorgeschiedenis = kompas voor de differentiële diagnose.

- **Eerdere psychose** → kans op recidief en schizofrenie ↑.
- **Eerdere depressies** → denk aan depressie met psychotische kenmerken.
- **Middelenmisbruik in VG** → nieuwe intoxicatie waarschijnlijk; ook risicofactor voor psychose.
- **Eerdere milde cognitieve klachten** → kunnen evolueren naar dementie.
- **Delirante patiënt**: VG cruciaal om de oorzaak te vinden (zie [Tabel 69.1](#tabel-691-predisponerende-en-uitlokkende-factoren-bij-delier)).

Bij ouderen zijn bestaande aandoeningen + medicatiegebruik vaak de oorzaak van een delier. Dementiesyndroom is een grote risicofactor voor delier.

## Betekenis van de anamnese

<warning>

Heteroanamnese is vaak onmisbaar; de patiënt zelf is onbetrouwbaar.

</warning>

### Doel gesprek met patiënt en sleutelfiguren

- Wat is er gebeurd? Welke problemen?
- Overzicht van klachten.
- Hulpvraag patiënt en omgeving.
- Urgentie van medische problemen.

### Vragen: concreet en eenduidig

#### Begin en beloop

- Acuut ontstaan? Duur? Fluctuatie over het etmaal?

<note>

De arts kan op een "goed" moment niets zien terwijl de patiënt elke nacht verward is. Vraag systematisch naar avond- en nachtpatroon.

</note>

#### Symptomen

- angst, onrust, apathie
- hallucinaties, wanen, desoriëntatie

#### Voorgeschiedenis

- bekende somatische én psychiatrische aandoeningen + behandeling

#### Middelen

- recent medicijngebruik (zie kader hieronder), alcohol, drugs → intoxicatie of onthouding?

#### Stress

- acute stressoren, life-events

#### Somatisch (mogelijke delier-oorzaak)

- koorts, hoesten, dyspneu, pijn, mictieklachten, obstipatie, eetlust ↓, krachtsverlies

<tip>

**Patroonherkenning**

- acuut of fluctuerend → **delier**
- geleidelijke achteruitgang in maanden → **dementie**
- acute stemmingsverandering met psychose → **manie** of **depressie met psychotische kenmerken**
- plots ontstaan bij jongere met middelencontext → **intoxicatie of onthouding**

</tip>

### Geneesmiddelen die verwardheid en delier kunnen geven

Bron: dossier + apotheek + patiënt + familie + verzorgende + inspectie medicijnkast thuis.

- **Psychofarmaca**: benzodiazepinen, antidepressiva, antipsychotica
- **Analgetica**: opiaten (óók bij afbouw!), NSAID's
- **Anticholinergica** (o.a. spasmolytica)
- **Antireumatica**: indometacine, naproxen, chloroquine
- **Bloedglucoseverlagers**: delier via hypoglykemie
- **Antihypertensiva**: bètablokkers
- **Antiparkinsonmiddelen**
- **Corticosteroïden**
- **Cytostatica**
- **Antihistaminica**
- **Digitalis**

## Psychiatrisch en lichamelijk onderzoek

### Psychiatrisch onderzoek

Wordt parallel met de anamnese gedaan. Symptomen die op delier wijzen:

#### Cognitief

- bewustzijn ↓, concentratie ↓; moeite om patiënt "bij de les" te houden
- inprenting en geheugen gestoord
- desoriëntatie (tijd, plaats, persoon)
- apraxie, agnosie
- illusionaire vervalsing, hallucinaties (bij delier vaak visueel)
- denken versneld, vertraagd of incoherent
- waandenkbeelden, vooral paranoïde

#### Affectief

- angst, radeloosheid, somberheid

#### Conatief

- geprikkeldheid, motorische onrust of apathie
- omkering dag-nachtritme

Bij **psychose** staan hallucinaties en wanen op de voorgrond. <br />


Bij **middelenmisbruik** volgen lichamelijke, cognitieve en gedragssymptomen het profiel van het middel.

### Lichamelijk onderzoek

Algemeen + neurologisch. Gericht zoeken naar somatische oorzaken van delier:

- **letsel**: uitwendig letsel, tekenen fractuur
- **cerebraal**: bewustzijn ↓, lateralisatie (pupillen, kracht, reflexen), meningeale prikkeling, hoge bloeddruk
- **middelen**: alcoholfoetor, ataxie, spuitplekken (heroïne), ontstoken neus (cocaïne)
- **voeding/hydratie**: RR ↓, droge mond, turgor ↓, droge slijmvliezen
- **infectie**: zieke indruk, koorts (evt. hoge koorts met ijlen), dyspneu, longafwijkingen, peritoneale prikkeling, drukpijnlijke nierloges
- **circulatie/hypoxie**: bleek of cyanotisch, koud zweet, koude acra, snelle/irregulaire pols, RR ↓, oedeem, derde harttoon, souffles
- **buik**: overvulde blaas, obstipatie

## Betekenis van aanvullend onderzoek

Keuze op grond van klachtenpatroon, leeftijd, comorbiditeit, medicatie, trauma en LO.

### Bloedonderzoek

Bij verdenking delier: meteen aan bed **bloedglucose**. Daarna lab:

- `BSE`, `Hb`, leukocyten
- `ALAT`, `γ-GT`
- creatinine, `Na`, `K`, `Ca`
- `TSH`
- intoxicatietests
- bij verdenking myocardinfarct → `CK-MB`, troponine

### Urineonderzoek

Bij verdenking delier altijd direct **nitriettest** → eventueel dipslide of kweek.

### X-thorax

Bij verdenking pneumonie, andere longafwijking of tekenen van linkerhartfalen.

### ECG

Bij verdenking myocardinfarct.

### Specialistische evaluatie

Verwijzing afhankelijk van beeld en context:

- **Oudere met delier**: opname afhankelijk van ernst, onderliggende somatiek, draagkracht mantelzorg, zorgbehoefte.
- **Acute psychose** zónder somatische oorzaak → psychiater in consult.
- **Alcohol of drugs** → verslavingszorg voor diagnostiek.
- Verdenking **hersenaandoening** → neuroloog, CT/MRI.

<warning>

Ziekenhuisopname zelf is een risico op verergering of instandhouding van delier; weeg thuiszorg, specialist ouderengeneeskunde en opname tegen elkaar af.

</warning>

## Verwant

- [Vergeetachtigheid](/klinisch-redeneren/vergeetachtigheid): dementiediagnostiek
- [Delier](/aandoeningen/delier): NHG-samenvatting met behandelbeleid
- [Depressie](/aandoeningen/depressie): NHG-samenvatting
- [Polyfarmacie](/aandoeningen/polyfarmacie): medicatiebeoordeling bij ouderen
- [Hoofdpijn](/klinisch-redeneren/hoofdpijn): bij hoofdpijn + verwardheid (SAB, meningitis, tumor)

<bronnen>

## Bron

### Hoofdbron

- De Lange E, Van Lammeren AMDN. Verwardheid. In: [*Diagnostiek van alledaagse klachten*. Hoofdstuk 69](https://doi.org/10.1007/978-90-368-2620-4_69). Houten: Bohn Stafleu van Loghum; 2021.

### Classificatie

- American Psychiatric Association. *Handboek voor de classificatie van psychische stoornissen (DSM-5)*. Amsterdam: Boom; 2014.

</bronnen>
