# Hartkloppingen

> Klinisch-redeneerkader bij hartkloppingen: cardiale versus extracardiale oorzaken, mechanismen van ritmestoornissen, anamnese, lichamelijk onderzoek en aanvullende diagnostiek met Holter, event-recorder, smartwatch-ECG en PPG.

<warning>

Diagnostische samenvatting van [*Diagnostiek van alledaagse klachten* (hoofdstuk 30, Lucassen, Himmelreich, Harskamp & Selder, 2021)](https://doi.org/10.1007/978-90-368-2620-4_30). Klinisch redeneren; geen behandelrichtlijn. Combineer met NHG-Standaarden [*Atriumfibrilleren*](https://richtlijnen.nhg.org/standaarden/atriumfibrilleren) en [*Hartfalen*](https://richtlijnen.nhg.org/standaarden/hartfalen) en lokaal protocol.

</warning>

## Kernpunten

- Hartkloppingen = subjectieve, onaangename gewaarwording van de hartslag (bonzen, snel, traag, onregelmatig, overslaan).
- Klacht is bij de dokter vrijwel altijd weg → een `12`-kanaals-ECG **tijdens** klachten is de gouden standaard, lukt slechts bij `~31 %` in de huisartspraktijk.
- Volkomen onregelmatige + inaequale pols → **boezemfibrilleren** (sens `94 %`, spec `72 %` t.o.v. ECG).
- Risico op AF verdubbelt per `10 levensjaren`; bij jongeren denk eerder aan **AVNRT** of paniek.
- Slechts `~40 %` van de patiënten heeft tíjdens klachten een ECG-afwijking; veel ECG-aritmieën worden níét door de patiënt gevoeld.
- `67 %` van patiënten met supraventriculaire tachycardie heeft óók een paniekstoornis; label niet te snel als psychiatrisch.
- Alarmsignalen: output-falen tijdens aanval, symptomatische bradycardie `< 40`, tachycardie bij beschadigd hart, familiaire acute hartdood `< 45 j`.

## De klacht bij de dokter

- Bevolking: `8 %` van de Nederlanders (`> 12 j`) had de afgelopen `2 weken` hartkloppingen; vrouwen `2×` zo vaak als mannen. Kinderen vrijwel nooit.
- Incidentie huisarts: `9/1000` ingeschreven patiënten per jaar nieuwe klachten. Piek `65–74 j` (mannen `0,8 %`, vrouwen `2,1 %`).
- Diagnostisch dilemma: te veel onderzoek → angstinductie; te weinig → missen van een ritmestoornis.
- Eerste vraag: cardiaal of niet? Bij cardiaal: behandelnoodzaak, termijn, door wie?
- Beloop na `1 jaar`: `~75 %` houdt hinder, `12 %` verzuimt werk; mortaliteit gemiddeld niet verhoogd.

## Pathofysiologie

### Normale prikkelvorming en -geleiding

- **SA-knoop** (rechteratrium) = primaire pacemaker `60–100/min`, snelste repolariseerder.
- Route: SA → atria (P-top) → AV-knoop (vertraging) → bundel van His → bundeltakken → Purkinje → ventrikels (QRS) → repolarisatie (T-top).
- **Latente pacemakers** (atrium, AV-knoop, His, Purkinje) springen in bij SA-uitval → escaperitme, meestal trager.
- Autonome sturing: adrenerg (inspanning, emotie, pijn, O₂-tekort) versnelt; vagaal (sinus caroticus, misselijkheid) vertraagt.
- **Starling**: meer uitrekking → krachtiger contractie → verklaart het "bonzen" na een pauze.

### Mechanismen van ritmestoornissen

<accordion>
<accordion-item icon="i-lucide-battery-charging" label="Abnormale automaticiteit">

Pacemakercellen of gewone hartspiercellen ontladen spontaan. Vooral bij **ischemie** en herstel daarvan. Geeft ectopisch ritme of tachycardie.

</accordion-item>

<accordion-item icon="i-lucide-zap" label="Triggered activity">

Na repolarisatie ontstaan *after depolarizations* die de drempel overschrijden → extrasystole, tachycardie, soms kamerfibrilleren. Uitgelokt door **digoxine** of congenitaal (**lange-QT-syndroom**).

</accordion-item>

<accordion-item icon="i-lucide-refresh-cw" label="Re-entry (cirkeltachycardie)">

Impuls dooft niet uit maar circuleert.

- **Atrium**: boezemflutter (regelmatig), boezemtachycardie (regelmatig), boezemfibrilleren (chaotisch).
- **AV-knoop**: AVNRT: meest frequente paroxismale SVT.
- **Atrium + ventrikel via bundel van Kent**: AVRT ( <term text="Congenitale accessoire spierbundel (bundel van Kent) tussen atrium en ventrikel die de AV-knoop omzeilt. Geeft preëxcitatie (delta-golf in rust-ECG) en vatbaarheid voor paroxismale AV-re-entry-tachycardie.">

**Wolff-Parkinson-White**

</term>

 ).
- **Ventrikel**: kamertachycardie.

Extrasystolen kunnen een cirkel zowel starten als stoppen.

</accordion-item>

<accordion-item icon="i-lucide-circle-stop" label="AV-blok">

- **1e graads**: verlengd `PQ`, geen klachten.
- **2e graads Mobitz I (Wenckebach)**: oplopend `PQ` tot een slag uitvalt.
- **2e graads Mobitz II**: plots blok zonder vertraging, vaak `2:1`, `3:1`, `4:1`.
- **3e graads**: AV-dissociatie, escaperitme `< 40/min`, breed QRS → duizeligheid, **Adams-Stokes-aanval**, vermoeidheid.

</accordion-item>
</accordion>

## Differentiële diagnose

Indeling: **cardiaal** (extrasystolie, aritmie, structurele afwijking) versus **extracardiaal** (metabool, medicatie, stimulantia, psychiatrisch, zwangerschap/koorts/anemie/shock). Elk uit zich als bradycardie (`< 60`), normale frequentie (`60–100`) of tachycardie (`> 100`).

### Tachycardie

Smal-complex (normaal QRS) versus breed-complex (ventriculair óf supraventriculair met aberrantie).

<accordion>
<accordion-item icon="i-lucide-trending-up" label="Regelmatig, geleidelijk begin en einde">

**Sinustachycardie.** Meestal secundair:

- koorts, zwangerschap, shock, anemie
- hyperthyreoïdie, hypoglykemie, feochromocytoom (zeldzaam, aanvalsgewijs)
- medicatie: bètamimetica (salbutamol), vasodilatantia, antiaritmica
- genotmiddelen: cafeïne, nicotine, cocaïne, amfetamine
- psychiatrisch: angst, paniek, nervositeit

</accordion-item>

<accordion-item icon="i-lucide-zap" label="Regelmatig, abrupt begin en einde">

- **AVNRT**: meest frequent. Jonge mensen (v > m), gezond hart, `150–250/min`, soms duizelig, duur seconden tot uren.
- **Boezemflutter**: ouderen, beschadigd hart. Atria `250–350/min` (meestal `300`), bij `2:1` AV-blok kamerfrequentie `~150`.
- **Boezemtachycardie**: ectopisch, vaak bij klepgebreken of coronairlijden.
- **AVRT (Wolff-Parkinson-White)**: zeldzaam, congenitaal (extra bundel van Kent), delta-golf in rust.
- **Kamertachycardie**: ernstig, soms levensbedreigend, vrijwel altijd in beschadigd hart.

</accordion-item>

<accordion-item icon="i-lucide-waves" label="Onregelmatig">

**Boezemfibrilleren.** Meest voorkomende ritmestoornis op oudere leeftijd. Volledig onregelmatige pols. Klachten variabel: kortademigheid, duizeligheid, verminderde inspanningstolerantie. Soms eerste presentatie = **ischemisch CVA** (incidentie `4,2 %`, `~5×` hoger dan zonder AF) door trombusvorming in linker hartoor.

**Reversibele triggers**: koorts, anemie, hyperthyreoïdie, inspanning, stress, alcohol, koffie, drugs, bètamimetica, levothyroxine-overdosering.

**Sick sinus syndrome** = slecht functionerende SA-knoop met afwisselend bradycardie, AF en SA-blok. Onderliggende oorzaak, geen aparte entiteit.

</accordion-item>
</accordion>

### Bradycardie

- **Cardiaal**: groot slagvolume (sporthart), sick sinus syndrome, AV-blok (vooral na MI of coronairlijden). Derdegraads AV-blok → escaperitme `< 40`.
- **Extracardiaal**: bètablokkers, digoxine, hypothyreoïdie, vagale stimulering.

### Normale frequentie met klachten

- **Toegenomen opmerkzaamheid**: stille omgeving, liggen op linkerzij; normale slag wordt opgemerkt.
- **Verhoogd hartminuutvolume / contractiekracht**: sympathicotonus, aortaklepinsufficiëntie (klassiek "bonzen"), zwangerschap.
- **Extrasystolen**: vroege slag + langere pauze + krachtige volgende slag (volle vulling). BES (atriaal) of VES (ventriculair). Bij iedereen onschuldig. Doublet = `2` achter elkaar; `≥ 3 VES` = kamertachycardie → denk aan myocardschade, hypertrofische cardiomyopathie, lange-QT.

## Kansverdeling

### Huisartsenpraktijk (FaMe-net, K04)

<table>
<thead>
  <tr>
    <th>
      Diagnose
    </th>
    
    <th>
      Aandeel
    </th>
  </tr>
</thead>

<tbody>
  <tr>
    <td>
      Symptoomdiagnose K04 (hartkloppingen)
    </td>
    
    <td>
      <code>
        ~68 %
      </code>
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      Hartritmestoornis n.a.o.
    </td>
    
    <td>
      <code>
        3 %
      </code>
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      Paroxismale tachycardie
    </td>
    
    <td>
      <code>
        3 %
      </code>
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      Boezemfibrilleren
    </td>
    
    <td>
      <code>
        3 %
      </code>
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      Hyperventilatiesyndroom
    </td>
    
    <td>
      <code>
        ~2 %
      </code>
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      Angstig / gespannen
    </td>
    
    <td>
      <code>
        ~2 %
      </code>
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      Geneesmiddelbijwerking
    </td>
    
    <td>
      <code>
        1–2 %
      </code>
    </td>
  </tr>
</tbody>
</table>

<note>

Per `10 levensjaren` verdubbelt het AF-risico (`1 %` bij jongeren tot `7 %` bij `75+`). Bij jongeren (`15–24 j`) domineren hyperventilatie (`6 %`) en angst (`3 %`). Bij Nederlands huisartsonderzoek met verdenking aritmie blijkt `28 %` daadwerkelijk een aritmie te hebben, en `8 %` behandeling nodig.

</note>

### Tweede lijn / SEH (Weber & Kapoor)

<table>
<thead>
  <tr>
    <th>
      Categorie
    </th>
    
    <th>
      Aandoening
    </th>
    
    <th>
      Aandeel
    </th>
  </tr>
</thead>

<tbody>
  <tr>
    <td>
      <strong>
        Cardiaal (<strong>
          <strong>
            <code>
              43 %
            </code>
          </strong>
        </strong>
        
        )
      </strong>
    </td>
    
    <td>
      Boezemfibrilleren
    </td>
    
    <td>
      <code>
        10,0 %
      </code>
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      
    </td>
    
    <td>
      Andere supraventriculaire tachycardie
    </td>
    
    <td>
      <code>
        9,5 %
      </code>
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      
    </td>
    
    <td>
      Ventriculaire extrasystole
    </td>
    
    <td>
      <code>
        7,9 %
      </code>
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      
    </td>
    
    <td>
      Boezemflutter
    </td>
    
    <td>
      <code>
        5,8 %
      </code>
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      
    </td>
    
    <td>
      Boezemextrasystole
    </td>
    
    <td>
      <code>
        3,2 %
      </code>
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      
    </td>
    
    <td>
      Hartbonzen bij klepafwijking
    </td>
    
    <td>
      <code>
        2,2 %
      </code>
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      
    </td>
    
    <td>
      Ventriculaire tachycardie
    </td>
    
    <td>
      <code>
        2,1 %
      </code>
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      <strong>
        Niet-cardiaal (<strong>
          <strong>
            <code>
              40,5 %
            </code>
          </strong>
        </strong>
        
        )
      </strong>
    </td>
    
    <td>
      Psychiatrie (angst, paniek)
    </td>
    
    <td>
      <code>
        30,5 %
      </code>
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      
    </td>
    
    <td>
      Medicatie / schildklier / koffie / anemie / cocaïne
    </td>
    
    <td>
      <code>
        10,0 %
      </code>
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      <strong>
        Onverklaard
      </strong>
    </td>
    
    <td>
      
    </td>
    
    <td>
      <code>
        16,3 %
      </code>
    </td>
  </tr>
</tbody>
</table>

## Voorkennis en context

Voorgeschiedenis stuurt de a-priorikans:

- Cardiovasculaire voorgeschiedenis (MI, ritmestoornis, hypertensie) → kans op pathologische ritmestoornis `4–5×` hoger.
- Oud MI → ventriculaire stoornis of geleidingsprobleem.
- Mitralisaandoening → boezemfibrilleren.
- Cardiovasculaire medicatie in gebruik → hogere kans op aritmie.
- Beschadigd hart verdraagt aritmie slechter → eerder hemodynamische problemen.
- Versterkende factoren: man, langere klachtduur, zware lichamelijke inspanning.
- **Verlagen** kans op pathologie: psychiatrische medicatie, bekende psychosociale problematiek, frequent attender, somatisatie.
- **Familiair**: acute hartdood of onverklaarde wegrakingen `< 45 j` → erfelijke aandoening (HCM, lange-QT, Brugada).

## Anamnese

Zeven domeinen.

### Frequentie

- Tachycardie `> 100`, normaal `60–100`, bradycardie `< 60`.
- Zeer snel (`> 200`) → supraventriculair; ventriculair meestal langzamer.
- Bradycardie `< 40` zonder sporthart → denk ventriculair escaperitme.

### Regelmaat

- Supraventriculaire tachyaritmie is altijd regulair, behalve boezemfibrilleren.
- Volkomen irregulair → boezemfibrilleren.
- Enkele irregulaire slag in regelmatig basisritme → extrasystole.

### Duur en verloop

- Continu vs. aanvalsgewijs.
- Continue tachycardie → boezemfibrilleren of sinustachycardie.
- Aanvalsgewijs met geleidelijk begin/einde → sinustachycardie.
- Plotseling begin én einde → paroxismale supraventriculaire of ventriculaire tachycardie.

### Begeleidende verschijnselen

- **Polyurie**: klassiek bij supraventriculaire ritmestoornis.
- **Hyperthyreoïdie**: afvallen, opgejaagd, nerveus, trillen, transpireren.
- **Anemie**: duizeligheid, kortademigheid.
- **Hemodynamisch**: flauwvallen, zwart-voor-de-ogen, vallen, dyspneu, verminderde inspanningstolerantie; alarmsymptomen.
- **Angina pectoris**: kan worden uitgelokt door verhoogde O₂-behoefte tijdens tachycardie.
- Vraag actief naar depressie, angst, somatisatie; anders worden ze gemist.

### Medicatie en genotmiddelen

- Antiaritmica: kunnen paradoxaal aritmie uitlokken.
- Digitalis: vrijwel élke ritmestoornis.
- Bètamimetica, cafeïne, nicotine, cocaïne, amfetamine: extrasystolie en/of tachycardie.

### Omstandigheden

- Angst/paniek kan luxeren; vraag wat eerst kwam.
- Adrenerge prikkeling (inspanning, heftige emotie) → idiopathische VT of lange-QT.
- In rust, vooral liggend op linkerzij; extrasystolen 's nachts beter gevoeld.

### Familiair

- Acute hartdood of onverklaarde wegrakingen `< 45 j` → erfelijke aandoening (HCM, lange-QT, Brugada).

### Vagale manoeuvre als diagnostisch hulpmiddel

- Valsalva, koud water drinken, druk op sinus caroticus → verlengt refractaire periode AV-knoop.
- **Stopt de aanval** → AV-knoop zat in het circuit (AVNRT, AVRT).
- **Alleen vertraging, daarna terug** → meestal supraventriculair zonder AV-knoop in circuit (AF, atriale tachycardie).
- Geen effect → denk ventriculaire of sinustachycardie.

<tip>

Laat de patiënt het ritme **op tafel tikken** of leer patiënt/partner de pols voelen; geeft frequentie en regelmaat bij een volgende aanval.

</tip>

## Lichamelijk onderzoek

Buiten een aanval levert LO meestal weinig op, maar luister wél naar het hart: een geruis maakt structurele afwijking en daarmee aritmie waarschijnlijker. Tijdens een aanval: bloeddruk meten voor hemodynamisch effect.

### Inspectie halsvenen

- **Cannon waves** (intermitterend, expansief): atrium contraheert tegen gesloten tricuspidalisklep → AV-dissociatie → ventriculaire tachycardie. Enkele cannon wave → kamerextrasystole.
- **Frog sign**: cannon waves bij élke slag tijdens tachycardie → **AVNRT** (atria en ventrikels gelijktijdig).

### Palpatie pols

- Volkomen irregulair én inaequaal voor AF: spec `99 %`, sens `50 %`.
- Élke afwijking als abnormaal beschouwen → sens `95–100 %` voor AF, PPV `12–23 %`. Gemiddeld: sens `94 %`, spec `72 %` t.o.v. `12`-kanaals-ECG.
- **Polsdeficit** (meer slagen bij auscultatie dan palpatie): meestal AF, soms extrasystolie.
- Truc: `10` kniebuigingen laten doen → extrasystolen verdwijnen vaak, AF-irregulariteit blijft.

### Auscultatie

- Wisselende luidheid `S1` bij regulair ritme → **ventrikeltachycardie** (AV-dissociatie).
- Volkomen irregulair → boezemfibrilleren; inaequaliteit neemt af bij lagere frequentie.
- Extrasystole: vroege slag + langere pauze + extra gevulde volgende slag.
- Systolisch geruis + midsystolische click → mitralisprolaps.
- Luid systolisch geruis → (erfelijke) hypertrofische cardiomyopathie met uitstroombeperking.

## Alarmsignalen

<warning>

Direct overleg of verwijzing bij:

- Output-falen tijdens aanval: flauwvallen, ademnood, lage bloeddruk.
- Symptomatische bradycardie `< 40`.
- Tachycardie (en cannon waves) bij reeds beschadigd hart.
- Tachycardie bij familiaire belasting (acute hartdood / wegrakingen `< 45 j`).

</warning>

## Aanvullend onderzoek

Anamnese en LO zijn onvoldoende om een ritmestoornis vast te stellen of uit te sluiten. Voor zekerheid: ECG **tijdens** klachten. In de huisartspraktijk lukt dat bij `~31 %`.

### 12-kanaals-ECG

- **Buiten een aanval** alleen diagnostisch voor: geleidingsstoornis na MI en **Wolff-Parkinson-White** (zichtbare accessoire geleiding / delta-golf).
- Voor alle andere ritmestoornissen: ECG móét tíjdens klachten gemaakt worden.

### Laboratorium

Op indicatie. Klap open voor wat je waarvoor aanvraagt en waar je op let.

<accordion>
<accordion-item icon="i-lucide-droplet" label="Hb: anemie">

Anemie geeft compensatoire sinustachycardie en kan AF uitlokken; daarnaast verklaart het duizeligheid en kortademigheid bij hartkloppingen.

- Vraag `Hb` (en bij afwijking `MCV`, ferritine) bij vermoeidheid, dyspneu, bleekheid of onverklaarde tachycardie.
- Let op: bij chronische anemie kunnen klachten mild zijn ondanks lage `Hb`; behandel oorzaak, niet alleen waarde.

</accordion-item>

<accordion-item icon="i-lucide-activity" label="TSH (eventueel FT4): hyper- of hypothyreoïdie">

Hyperthyreoïdie geeft sinustachycardie, AF (vooral `> 60 j`) en tremor; hypothyreoïdie kan bradycardie geven.

- Vraag `TSH` bij elke onverklaarde tachycardie, AF, gewichtsverlies, transpireren, trillen of bij gebruik van amiodaron of levothyroxine.
- Bij afwijkend `TSH` aanvullend `FT4` (en zo nodig `FT3`).
- Subklinische hyperthyreoïdie (laag `TSH`, normaal `FT4`) verhoogt AF-risico bij ouderen.

</accordion-item>

<accordion-item icon="i-lucide-candy" label="Glucose: hypoglykemie">

Hypoglykemie geeft adrenerge respons: hartkloppingen, transpireren, trillen, honger.

- Meet glucose bij aanvalsgewijze hartkloppingen met zweten/trillen, vooral bij gebruik van insuline of sulfonylureum.
- Bij normale glucose buiten een aanval: overweeg eigen meter of voorbij-gegane episode.

</accordion-item>

<accordion-item icon="i-lucide-flask-conical" label="K, Mg: bij diuretica, QT-verlenging of refractair beloop">

Hypokaliëmie en hypomagnesiëmie verlengen het `QT`-interval en luxeren ventriculaire aritmie (incl. torsade de pointes).

- Vraag `K` en `Mg` bij gebruik van lis-/thiazidediuretica, laxantia-abusus, braken/diarree, alcoholisme, of bij ECG met `QTc > 480 ms`.
- Streef bij ritmestoornis-risico `K ≥ 4,0 mmol/l` en `Mg ≥ 0,8 mmol/l`.

</accordion-item>

<accordion-item icon="i-lucide-pill" label="Digoxinespiegel: bij verdenking toxiciteit">

Digoxine heeft een smalle therapeutische breedte; toxiciteit veroorzaakt vrijwel élke ritmestoornis (BES, VES, AV-blok, bidirectionele VT) plus misselijkheid, anorexie, geel zien.

- Vraag spiegel bij digoxinegebruiker met nieuwe of veranderde aritmie, GI-klachten of nierfunctie-achteruitgang.
- Afnemen `≥ 6 u` na laatste dosis. Streef `0,5–0,9 ng/ml`; combineer met `K`, `Mg`, kreatinine.

</accordion-item>
</accordion>

### Ambulante ECG-registratie

<table>
<thead>
  <tr>
    <th>
      Modaliteit
    </th>
    
    <th>
      Eigenschappen
    </th>
  </tr>
</thead>

<tbody>
  <tr>
    <td>
      <strong>
        Holter (24–48 u)
      </strong>
    </td>
    
    <td>
      Continu, ook asymptomatisch. Bewegingsbeperkend → triggers (inspanning) niet altijd uit te lokken. Dagboek essentieel. Bij <code>
        4–30 %
      </code>
      
       asymptomatische aritmieën, klinisch relevant?
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      <strong>
        Event-recorder PTER / ATER
      </strong>
    </td>
    
    <td>
      Kleiner, langer te dragen (<code>
        > 2 wk
      </code>
      
      ). PTER: patiënt activeert zelf. ATER: ook automatisch bij drempel-overschrijding → vangt asymptomatisch AF. Looprecording → periode vóór activatie analyseerbaar. Bij <code>
        83 %
      </code>
      
       diagnose alsnog mogelijk waar Holter faalde (<code>
        ~80 %
      </code>
      
       binnen <code>
        2 wk
      </code>
      
      ).
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      <strong>
        ECG-pleister (patch)
      </strong>
    </td>
    
    <td>
      Sensor + batterij, geen draden. Comfortabel, langdurige registratie. Vooral voor AF-detectie.
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      <strong>
        1-kanaals-ECG
      </strong>
      
       (Alivecor Kardia®, MyDiagnostick®, sommige smartwatches)
    </td>
    
    <td>
      Afleiding I via vingers/horloge-kroontje. AF: sens <code>
        98 %
      </code>
      
      , spec <code>
        87 %
      </code>
      
      . Puntmeting; niet continu.
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      <strong>
        PPG-smartwatch / -polsband
      </strong>
    </td>
    
    <td>
      Fotoplethysmografie detecteert bloedvolumeveranderingen. AF: sens <code>
        86–100 %
      </code>
      
      , spec <code>
        75–100 %
      </code>
      
       (klinische setting); PPV <code>
        71–87 %
      </code>
      
       in real-world. Sommige smartwatches: na afwijkende PPG volgt <code>
        1
      </code>
      
      -kanaals-ECG.
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      <strong>
        Implantable loop-recorder (ILR)
      </strong>
    </td>
    
    <td>
      Kleiner dan een USB-stick. Sporadische klachten (<code>
        < 1×/mnd
      </code>
      
      ), onverklaarde syncope, post-MI-bewaking. Maanden tot jaren. Cardioloog.
    </td>
  </tr>
</tbody>
</table>

### Specialistisch

- **Echocardiografie** bij verdenking structurele afwijking (klep, HCM), afwijkend ECG, hartgeruis of refractaire klachten.
- **Elektrofysiologisch onderzoek (EFO)**: sluitstuk. Bepaalt type, oorsprong en mechanisme. Tijdens EFO **RF- of cryoablatie** → vaak definitieve uitschakeling van de aritmie-haard (AVNRT, AVRT, boezemflutter, sommige VT's).
- **Pacemaker** (indien aanwezig): kan diagnostisch worden uitgelezen.

## Bijzondere groepen

### Jongeren (`15–35 j`)

- AVNRT relatief frequent (gezond hart, v > m).
- Lange-QT, Brugada, HCM bij familie-anamnese; lage drempel voor verwijzing.
- Risico op misclassificatie als paniekstoornis; sluit organische oorzaak eerst uit.

### Ouderen (`> 65 j`)

- **Boezemfibrilleren** dominant; screening, `CHA₂DS₂-VASc`, antistolling overwegen.
- Medicatie-review essentieel.
- Geleidingsstoornissen en sick sinus; overleg cardiologie bij symptomatische bradycardie.

### Zwangeren

- Fysiologisch verhoogd hartminuutvolume → hartkloppingen vaker.
- Sluit **hyperthyreoïdie** uit. Denk aan longembolie bij plots ontstane kloppingen + dyspneu.

### Sporters

- Fysiologische sinusbradycardie en eerstegraads AV-blok.
- VT tijdens of direct na inspanning → idiopathische VT, catecholaminerge polymorfe VT (CPVT), HCM, ARVC.

## Verwijscriteria

- **Spoed** (`112`/ direct cardioloog):

  - Output-falen, syncope, lage bloeddruk tijdens tachycardie.
  - Symptomatische hooggradige bradycardie.
  - Verdenking ventriculaire tachycardie.
- **Cardioloog (niet-spoed)**:

  - Boezemfibrilleren: start behandeling, tromboprofylaxe.
  - Paroxismale SVT met frequente of invaliderende klachten: ablatie-evaluatie.
  - Structurele hartafwijking op ECG / echo / familie-anamnese.
  - Refractaire klachten na adequate eerstelijnsdiagnostiek.
- **Internist / endocrinoloog**:

  - Verdenking hyperthyreoïdie of feochromocytoom.
- **GGZ / huisarts-psycholoog**:

  - Paniekstoornis, angststoornis (na uitsluiten aritmie).

## Verwant

- [Hoofdpijn](/klinisch-redeneren/hoofdpijn): bij hartkloppingen + hoofdpijn denk feochromocytoom of hyperthyreoïdie
- [Verwardheid](/klinisch-redeneren/verwardheid): bij hartkloppingen + delier: elektrolyt of hyperthyreoïdie
- [Acute buikpijn](/klinisch-redeneren/acute-buikpijn): bij hartkloppingen + shock denk ruptuur of vaat
- [Hypertensie](/aandoeningen/cvrm/hypertensie): farmacologie
- [Angina pectoris](/aandoeningen/angina-pectoris): bij hartkloppingen met pijn op de borst
- [Hypothyreoïdie](/aandoeningen/hypothyreoidie): differentiaal schildklier-tachycardie

<bronnen>

## Bron

### Hoofdbron

- Lucassen WAM, Himmelreich JCL, Harskamp RE, Selder JL. Hartkloppingen. In: *Diagnostiek van alledaagse klachten*. Hoofdstuk 30. Houten: Bohn Stafleu van Loghum; 2021. ISBN 978-90-368-2619-8 (print) / 978-90-368-2620-4 (e-book). DOI: [10.1007/978-90-368-2620-4_30](https://doi.org/10.1007/978-90-368-2620-4_30).

### Richtlijnen

- NHG-Standaard *Atriumfibrilleren*. Utrecht: Nederlands Huisartsen Genootschap.
- NHG-Standaard *Hartfalen*. Utrecht: Nederlands Huisartsen Genootschap.
- NHG-Standaard *Schildklieraandoeningen*. Utrecht: Nederlands Huisartsen Genootschap.
- Raviele A, Giada F, Bergfeldt L, et al. Management of patients with palpitations: a position paper from the European Heart Rhythm Association. *Europace*. 2011;13(7):920–934. DOI: [10.1093/europace/eur130](https://doi.org/10.1093/europace/eur130).

### Klassiek en aanvullend

- Zimetbaum P, Josephson ME. Evaluation of patients with palpitations. *N Engl J Med*. 1998;338(19):1369–1373. DOI: [10.1056/NEJM199805073381907](https://doi.org/10.1056/NEJM199805073381907).
- Thavendiranathan P, Bagai A, Khoo C, Dorian P, Choudhry NK. Does this patient with palpitations have a cardiac arrhythmia? *JAMA*. 2009;302(19):2135–2143. DOI: [10.1001/jama.2009.1673](https://doi.org/10.1001/jama.2009.1673).
- Cooke G, Doust J, Sanders S. Is pulse palpation helpful in detecting atrial fibrillation? A systematic review. *J Fam Pract*. 2006;55(2):130–134.
- Himmelreich JCL, Karregat EPM, Lucassen WAM, et al. Diagnostic accuracy of a smartphone-operated, single-lead electrocardiography device for detection of rhythm and conduction abnormalities in primary care. *Ann Fam Med*. 2019;17(5):403–411. DOI: [10.1370/afm.2438](https://doi.org/10.1370/afm.2438).
- Perez MV, Mahaffey KW, Hedlin H, et al. Large-scale assessment of a smartwatch to identify atrial fibrillation. *N Engl J Med*. 2019;381(20):1909–1917. DOI: [10.1056/NEJMoa1901183](https://doi.org/10.1056/NEJMoa1901183).
- Weber BE, Kapoor WN. Evaluation and outcomes of patients with palpitations. *Am J Med*. 1996;100(2):138–148. DOI: [10.1016/S0002-9343(97)89451-X](https://doi.org/10.1016/S0002-9343(97)89451-X).
- Van Hemel NM, Atsma WAM. *Klinische electrocardiografie*. Houten: Bohn Stafleu van Loghum; 2000.

</bronnen>
